Watertoren

Deze website gebruikt cookies voor het bijhouden van informatie. Als uw onze website gebruikt dan gaat u akkoord, dat wij cookies kunnen plaatsen op uw computer. Het niet accepteren van cookies heeft tot gevolg dat sommige onderdelen van de site niet goed functioneren!

Bekijk e-Privacy Directive Document

U accepteert op dit moment geen cookies. Deze beslissing kan ongedaan worden gemaakt via de button.

U heeft toegestaan dat cookies op uw computer worden opgeslagen, Deze beslissing kan worden teruggedraaid.

Cookies

Sinds 1 juli is het door een wijziging in de Nederlandse Telecomwet verplicht om aan websitebezoekers toestemming te vragen voor het plaatsen van cookies. Voor meer informatie lees onze cookieverklaring.

Cookie controle

Watertoren

 Inleiding

WATERTOREN met UITZICHTRUIMTE, KANTOOR en DIENSTWONING in de stijl van de Amsterdamse School, 1926. Gebouwd in opdracht van de Waterleiding Maatschappij Limburg, naar een prijswinnend ontwerp van de Sittardse architect Jos Wielders. De vrijstaande toren is zeer dominant gesitueerd in het landschap op een van de hoogste punten van het Zuid-Limburgse plateau. Het voormalige kantoor is thans ingericht als bedieningsruimte, het woonhuis fungeert als kantoor, de uitzichtruimte is niet meer in gebruik. De oorspronkelijke houten, met zink beklede vensterkozijnen van de watertoren zijn met uitzondering van de ramen in de uitzichtruimte, vervangen door kunststoffen kozijnen zonder de oorspronkelijke roedeverdeling. De traptorens alsmede de verbindingsmuur en enkele geveldelen van het kantoor zijn naderhand gesausd ter voorkoming van vochtdoorslag. De vlaggenmast op de traptoren en de nokpion op het dak van de uitzichtruimte zijn verwijderd.



Omschrijving

WATERTOREN met UITZICHTRUIMTE op ronde plattegrond, aan de oostzijde voorzien van twee uitgebouwde, hoogoplopende ronde traptorens die elk een hoogte van 37,85 meter bereiken. De zuidelijke traptoren was bedoeld als publieksingang voor de uitzichtruimte, de noordelijke toren was gereserveerd voor het dienstpersoneel. De watertoren telt een souterrain plus vijf bouwlagen en wordt gedekt door een half kegelvormig dak op de voormalige uitzichtruimte, waarvan het oorspronkelijke ruberoïd is vervangen door zink.

De watertoren bestaat uit een draagconstructie in gewapend beton, omhuld door een expressionistisch vormgegeven bakstenen mantel, gemetseld in Vlaams verband. De gewapend betonconstructie bestaat uit twaalf pijlers die de voormalige uitzichtruimte op de vijfde bouwlaag, het waterreservoir op de vierde bouwlaag en de lekvloer op de derde bouwlaag dragen.

De geheel door gesausd metselwerk omsloten traptorens zijn eveneens in beton geconstrueerd. De trappen wentelen elk tien maal om een centrale spil, zijn voorzien van tussenbordessen en treden met ijzeren stootrand. De bakstenen omhulling bestaat uit een rood genuanceerd bakstenen basement met gesausde betonkraag, een geel genuanceerde bakstenen onderbouw, een rood genuanceerde bakstenen reservoiromhulling en gesausde bakstenen traptorens met een onderlinge verbindingswand.

De toren heeft tot aan het waterreservoir op de vierde laag een hoge onderbouw waarin de verticale lijn overheerst, hetgeen wordt geaccentueerd door veertien verticale bakstenen uitstulpingen rondom, die als facetten onder een hoek geplaatst zijn. Tussen beide traptorens aan de oostzijde bevinden zich drie uitstulpingen, de overige elf facetten zijn verdeeld over de rest van de gevelomtrek. In de gevelvelden tussen de uitstulpingen zijn telkens drie vensters geplaatst: twee vierkante kunststoffen vensters in verschillende maatvoering vlak boven het basement (ter vervanging van de oorspronkelijke vensters met kleine roedeverdeling), één smal hoogoplopend venster onder de betonnen overkraging van het waterreservoir (zonder de oorspronkelijke horizontale 4-ruits roedeverdeling). Op de begane grond aan de noordzijde geeft een 3-delige vouwpoort van recente datum toegang tot de garage annex werkplaats. Aan de westzijde is een aantal souterrainingangen uitgebouwd.

Deze bakstenen onderbouw draagt als het ware het waterreservoir, waarin de horizontale lijn, benadrukt door twee terugliggende vensterreeksen en betonnen lijsten, overheerst. De twee rondgangen rond het reservoir worden aangeduid door deze dubbele vensterreeks, waaruit de oorspronkelijke 12-ruits roedeverdeling per venster is verdwenen.

De bekroning van de toren bestaat uit de voormalige uitzichtruimte, omgeven door een galerij met borstwering. In deze uitzichtruimte bevinden zich een vernieuwde rechthoekige deur en de oorspronkelijke rechthoekige houten vensters met verticale indeling, waaruit de 6-ruits roedeverdeling inmiddels is verwijderd. De beide aan weerszijden geplaatste traptorens zijn in de bekroning verbonden via een gewelfde bakstenen wand, waardoor de indruk ontstaat dat deze wand zich in het inwendige van de toren voortzet. De traptorens en de verbindingswand zijn gesausd. Elke traptoren heeft acht gekoppelde en verdiept geplaatste vensters met een verticale, gesausde betontracering. Boven in de traptorens bevindt zich een reeks verticaal ingedeelde vensters, die de welving van toren en verbindingsmuur volgt.

Tegen de oostgevel van de toren, bij de meest zuidelijke traptoren, bevindt zich het uitgebouwde KANTOOR onder een plat en de DIENSTWONING onder een steil Hollands zadeldak. Beide zijn opgetrokken in baksteen en beton. Rood genuanceerde bakstenen plint en een geel genuanceerde bakstenen optrek, gemetseld in halfsteens verband. Kantoor en woning stonden oorspronkelijk samen op een L-vormige plattegrond. Vanwege een uitbreiding van het kantoor aan de noordzijde, in de oksel van kantoor en woonhuis, is er thans een min of meer rechthoekige plattegrond.

De verbinding tussen toren en dienstwoning - het voormalige KANTOOR - bestaat uit een in hoogte variërend bouwvolume onder plat. Aan de zuidzijde wordt het aanzicht van dit bouwdeel bepaald door een in dezelfde kleur als de traptorens gesausde eerste bouwlaag. In deze eerste bouwlaag zijn onder een doorlopende betonlatei en tussen uitstulpende betonnen traceringen achtereenvolgens een rechthoekige houten toegangsdeur met zijlicht en vier rechthoekige vensters met verticale indeling en 8-ruits roedeverdeling geplaatst. Het vierde venster in de reeks is geplaatst in de oksel tussen kantoor en het enigszins teruggerooide woonhuis. Vóór dit venster bevindt zich een afgeronde bloembak in ongesausde baksteen. Deze bloembak volgt de ronding van het balkon in de tweede laag. Dit balkon heeft een gesausde bakstenen borstwering met rollaag. Achter deze borstwering een ongesausd geel genuanceerd bakstenen gevelveld. In deze gevel een betonnen lijst met een rechthoekige balkondeur en drie rechthoekige houten vensters met horizontale roedeverdeling.

Het aangebouwde kantoordeel van één bouwlaag aan de noordzijde heeft een ten dele vooruitspringende gevel. In het terugliggende geveldeel een rechthoekig houten, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale 8-ruits roedeverdeling. Dit venster is geplaatst in een betonnen lijst.

In het vooruitspringende geveldeel een rechthoekige houten deur met een horizontaal geleed kijkvenster en een rechthoekig, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale 8-ruits roedeverdeling. Dit venster heeft een bakstenen dorpel en een strek.

In de gevel boven de noordelijke aanbouw bevindt zich een rechthoekig, verticaal ingedeeld houten venster met horizontale roedeverdeling. In de oksel van het voormalige kantoor en de achtergevel van de woning is een hoogoplopende schoorsteen geplaatst. In de vrijgebleven achtergevel van de woning bevindt zich een rechthoekig houten venster met verticale indeling en horizontale roedeverdeling.

De DIENSTWONING heeft een gedeeltelijke souterrainverdieping, twee bouwlagen en een vliering op een rechthoekige plattegrond. Het geheel is gesitueerd in dwarsrichting ten opzichte van De Bockhofweg en wordt gedekt door een steil Hollands zadeldak met rode Hollandse betonpannen.

Uitkragingen op de gevelhoeken, ter ondersteuning van de luifelgoten.

Volledig symmetrische gevelindeling, gespiegeld ten opzichte van de centraal in de voorgevel geplaatste ingangspartij, bestaande uit een rechthoekige houten paneeldeur met twee 4-ruits zijlichten. Deur en zijlichten zijn geplaatst in een betonnen lijst met luifel. Aan weerszijden van de entree een uitgebouwde reeks rechthoekige houten vensters in betonnen lijsten, die zich voortzet in de zijgevels. In elke reeks bevinden zich twee verticaal ingedeelde vensters met horizontale roedeverdeling en drie in maatvoering variërende vensters met horizontale roedeverdeling. Tussen de entreepartij en de uitgebouwde vensters zijn tot op plinthoogte bloembakken gemetseld. In de tweede laag, boven de entree, zijn drie rechthoekige houten vensters met verticale indeling en horizontale roedeverdeling geplaatst. Rollagen boven en onder de vensters van de dienstwoning. Topgevelvlechtingen in het woonhuis. Kleine souterrainvensters met strek.

Een stel ronde bakstenen hekpijlers met kunststenen afdekking aan weerszijden van de oprit naar woonhuis en watertoren. De INTERIEURindeling van kantoor en dienstwoning is gewijzigd en bevat, evenals het interieur van de watertoren met uitzichtruimte, geen beschermde onderdelen.

Waardering

De watertoren van Schimmert is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een landschappelijke, bestuurlijke, technische en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden van de watertoren zijn zeer groot en worden bepaald door het bijzondere belang voor de geschiedenis van de architectuur, de bouwstijl, door het belang van de toren voor het oeuvre van architect Wielders, door het materiaalgebruik, de ornamentiek en door de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur. De geheel vrijstaande watertoren is vanwege de situering ten zeerste verbonden met de ontwikkeling van de streek en van zeer bijzondere betekenis voor het aanzien van de streek. Het vrijstaande karakter van de toren is van wezenlijk belang voor de ensemblewaarde van het monument. Bovendien beschikt de watertoren over een historisch-ruimtelijke relatie met de bodemgesteldheid. De watertoren is in hoge mate gaaf bewaard gebleven en is van zeer groot belang voor de visuele gaafheid van de landschappelijke omgeving. Bovendien beschikt de toren in regionaal opzicht over een zeer hoge mate van architectuurhistorische, bouwtechnische, typologische en functionele zeldzaamheid.